Vrijwel dagelijks verschijnen nieuwe onderzoeksresultaten binnen ons vakgebied. Solgar volgt, vanzelfsprekend, de nieuwste ontwikkelingen nauwgezet. Wij verzamelen recente en relevante onderzoeken en toetsen de opzet en uitvoering hiervan. Graag deelt Solgar de informatie met u.
Klik hier voor het archief »

Kurkuma vermindert de kans op een hartinfarct na een bypassoperatie
Bij een bypassoperatie wordt met behulp van een ander bloedvat (meestal een ader uit het been) de doorbloeding van de hartspier verbeterd door het namaken van ''omleidingen'' op plaatsen waar de kransslagaderen ernstig vernauwd zijn.
Eén van de mogelijke complicaties die kort na een dergelijke ingreep kan optreden is het ontstaan van een hartinfarct. Onderzoekers van de Chiang Mai universiteit in Thailand hebben gekeken naar de effecten van kurkuma (turmeric, geelwortel) op deze complicatie.
Tijdens de studie kregen 121 patiënten (gemiddelde leeftijd 61 jaar) drie dagen voor de operatie tot vijf dagen na de ingreep dagelijks 4 gram curcuminoïden of een placebo. Hierbij werd gevonden dat de kans op een infarct kort na de operatie 65% lager was in de groep die curcuma had gekregen: in deze groep kreeg 13,1% van de patiënten een infarct, tegen 30% in de placebogroep.
Bloedonderzoek liet zien dat waarden van het ontstekingseiwit CRP en malondialdehyde (een marker voor vrije radicalen) lager waren in de groep patiënten die kurkuma hadden gebruikt. De onderzoekers schrijven het positieve effect van geelwortel dan ook toe aan de ontstekingremmende en antioxidantwerking van de curcuminoïden.
Wanwarang Wongcharoen, Sasivimon Jai-aue, Arintaya Phrommintikul, Weerachai Nawarawong, et al. Effects of Curcuminoids on Frequency of Acute Myocardial Infarction After Coronary Artery Bypass Grafting. Am J Card published online 05 April 2012

Hogere inname van magnesium verlaagt de kans op een herseninfarct
Bij een herseninfarct of beroerte wordt een bloedvat dat dit orgaan van zuurstof voorziet afgesloten, meestal door het ontstaan van een bloedstolsel op een plaats waar het bloedvat vernauwd is. Dit kan tot gevolg hebben dat een deel van de hersenen afsterft, wat leidt tot functieverlies. In het verleden zijn meerdere studies verricht naar de relatie tussen inname van magnesium met de voeding en de kans op een herseninfarct. Dit leverde in de individuele studies geen duidelijk beeld op. Daarom is nu gekeken naar het geheel van alle relevante studies, om na te gaan of er sprake is van een effect op de kans op een beroerte.
In totaal zeven studies met 241.378 deelnemers en 6477 gevallen van een beroerte zijn hiertoe geanalyseerd. Hierbij werd inderdaad een significant beschermend effect van de inname van magnesium gevonden. De onderzoekers berekenden dat bij een 100 mg. hogere inname van magnesium de kans op een beroerte 8% lager was. Het beschermend effect berustte op een lager aantal infarcten: op andere vormen van CVA’s zoals bloedingen in of rond de hersenen werd geen effect gevonden.
Susanna C Larsson, Nicola Orsini, and Alicja Wolk. Dietary magnesium intake and risk of stroke: a meta-analysis of prospective studies. Am J Clin Nutr 2012;95 362-366

Verband gevonden tussen hoeveelheid pigment in de macula van het netvlies en omega-3 vetzuren
De macula is het deel van het netvlies dat het meest gebruikt wordt. Omdat blootstelling aan UV-licht kan leiden tot beschadiging van het netvlies spelen antioxidanten zoals de carotenoïden zeaxanthine en luteïne een belangrijke rol in het voorkomen van beschadiging van de macula op hogere leeftijd (maculadegeneratie). Deze antioxidanten geven de macula een geeloranje kleur, vandaar dat de volledige naam van dit deel van het netvlies Macula lutea (gele vlek) wordt genoemd. Hoe meer van deze antioxidanten (pigment) aanwezig zijn, hoe meer bescherming tegen maculadegeneratie optreedt.
In deze studie onder 107 gezonde proefpersonen in Frankrijk is gekeken naar de hoeveelheid pigment in de macula en naar de hoeveelheid zeaxanthine, luteïne en omega-3 vetzuren in het bloed. Hierbij werd een opvallend verband gevonden: personen met meer omega-3 vetzuren in het bloed (met name EPA en DPA (docosapentaeenzuur)) hadden ook meer pigment in de macula, en daarmee een beter bescherming tegen beschadiging. Het onderliggend mechanisme is nog onduidelijk. Wellicht hebben deze vetzuren invloed op het vermogen van het lichaam om beschermend pigment in de macula op te bouwen.
Marie-Noelle Delyfer, Benjamin Buaud, Jean-Francois Korobelnik, Marie-Benedicte Rougier, Wolfgang Schalch, Stephane Etheve, Carole Vaysse, Nicole Combe, Melanie Le Goff, Ute E. K. Wolf-Schnurrbusch, Sebastian Wolf, Pascale Barberger-Gateau, and Cecile Delcourt. Association of macular pigment density with plasma omega-3 fatty acids: the PIMAVOSA Study. Invest. Ophthalmol. Vis. Sci. published 24 January 2012

Resveratrol als oraal supplement heeft effecten op het lichaam die vergelijkbaar zijn met caloriebeperking
Resveratrol is een stof die in verschillende planten voorkomt. De bekendste bron is de schil van blauwe druiven. Na toediening aan proefdieren is gevonden dat resveratrol positieve effecten heeft op de energiehuishouding en de functie van mitochondriën. In deze studie is gekeken naar de effecten van resveratrol bij 11 mannen met overgewicht. Zij kregen gedurende 30 dagen dagelijks 150 mg resveratrol of een placebo. Na deze periode kregen beide groepen 4 weken geen supplementen, waarna degenen die een placebo gekregen hadden nu 30 dagen resveratrol slikten en omgekeerd (cross-over studie).
Hierbij werd gevonden dat gebruik van resveratrol een aantal opvallende effecten had. Zo bleek het energieverbruik in rust te dalen, een effect wat ook wordt gezien bij een caloriebeperkt dieet. Dit duidt op een efficiëntere verbranding van diverse energiebronnen in het lichaam. Tevens daalde de bloeddruk: de bovendruk was gemiddeld 5 mm kwik lager bij gebruik van resveratrol. Ook leek de insulinegevoeligheid te verbeteren, de leverfunctie verbeterde (gemeten aan de hoeveelheid van het enzym ALAT in het bloed) en de hoeveelheid glucose in het bloed nam af. De hoeveelheid vet in de lever nam af, terwijl deze in spiervezels juist toenam. Dit laatste wordt verklaard door een beter vermogen van de mitochondriën in de cel om vetten te verbranden. Al deze effecten zijn vergelijkbaar met de resultaten van een calorisch beperkt dieet. De onderzoekers geven aan dat resveratrol deze effecten waarschijnlijk uitoefent via directe of indirecte activatie van SIRT1, een enzym dat beschermende effecten heeft in situaties van insulineresistentie en metabole stress. Hoewel de resultaten van deze (korte) studie soms beperkt waren, wijzen alle effecten op een beschermende functie van resveratrol.
Eén van de opvallende zaken uit deze studie is de opname van resveratrol door het menselijk lichaam. Vergelijkbare effecten waren reeds bij muizen aangetroffen na orale suppletie met resveratrol, maar de hierbij gebruikte doseringen waren ongeveer 200 maal hoger dan in deze studie. Toch was de hoeveelheid resveratrol in het bloed van deelnemers aan dit onderzoek gemiddeld bijna twee maal hoger dan in de dierstudies werd gevonden. De opname van resveratrol is bij mensen blijkbaar vele malen hoger dan bij muizen. Dierstudies kunnen daarmee niet gebruikt worden om de effecten van resveratrol bij mensen te voorspellen.
Referenties: Silvie Timmers, Ellen Konings, Lena Bilet, Riekelt H. Houtkooper, Tineke van de Weijer, Gijs H. Goossens, Joris Hoeks, Sophie van der Krieken, Dongryeol Ryu, Sander Kersten, Esther Moonen-Kornips, Matthijs K.C. Hesselink, Iris Kunz, Vera B. Schrauwen-Hinderling, Ellen E. Blaak, Johan Auwerx en Patrick Schrauwen. Calorie Restriction-like Effects of 30 Days of Resveratrol Supplementation on Energy Metabolism and Metabolic Profile in Obese Humans. Cell Metabolism 2011;14:612-622

Veel meer tekorten aan vitamine D bij gebruikers van prednison
Bij gebruik van corticosteroïden zoals prednison treedt beduidend vaker botontkalking op. Vitamine D is van groot belang om botontkalking te voorkomen. In de literatuur waren tot nu toe echter geen onderzoeken verscheen naar een eventuele relatie tussen het gebruik van prednison en de hoeveelheid vitamine D in het bloed.
In een nieuwe studie is gekeken onder 22.650 deelnemers aan de National Health and Nutrition Examination Survey (NHANES) naar een eventuele relatie tussen de vitamine D-spiegel en het gebruik van corticosteroïden. Van deze proefpersonen hadden 181 mensen in de afgelopen 30 dagen deze medicatie gebruikt. Van deze personen had 11% een vitamine D-spiegel lager dan 25 nmol/liter, wat een ernstig tekort is. Onder de deelnemers die geen corticosteroïden hadden gebruikt was dit 5%. Ook na correctie voor andere factoren die de vitamine D-spiegel kunnen beïnvloeden bleef de kans op een ernstig tekort ruim twee maal groter bij personen die corticosteroïden hadden gebruikt.
De onderzoekers geven aan dat waakzaamheid geboden is bij personen die dergelijke medicatie gebruiken, en adviseren de vitamine D-spiegel bij gebruik van corticosteroïden altijd te controleren.
Referenties: Amy L. Skversky, Juhi Kumar, Matthew K. Abramowitz, Frederick J. Kaskel, and Michal L. Melamed. Association of Glucocorticoid Use and Low 25-Hydroxyvitamin D Levels: Results from the National Health and Nutrition Examination Survey (NHANES): 2001–2006. J. Clin. Endocrinol. Metab., Sep 2011; 10.1210/jc.2011-1600

Zinkopname na maagverkleining ernstig verstoord: hogere doseringen zink noodzakelijk
Bij ernstig overgewicht wordt soms gebruik gemaakt van een operatie waarbij de maaginhoud wordt verkleind. Een van de technieken die hierbij gebruikt wordt is de zogenaamde Roux en Y-anastomose, waarbij een groot deel van de maag wordt weggenomen, en het restant op de zijkant van de dunne darm wordt aangesloten. Door de lagere inname van voeding na de operatie is er sprake van een verhoogde kans op voedingstekorten. Zo is bloedarmoede door ijzergebrek een van de meest voorkomende bijwerkingen van de behandeling. Bovendien is een aantal malen gesuggereerd dat ook het opnamevermogen van het lichaam voor bepaalde stoffen kan zijn afgenomen.
Om de effecten van deze ingreep op de zinkstatus en de opname van zink te onderzoeken werd bij 67 vrouwen met ernstig overgewicht de zinkstatus voor de operatie bepaald. Vervolgens werd dit 6, 12 en 18 maanden na de ingreep herhaald. 1 maand na de ingreep werden de patiënten in twee groepen verdeeld. De ene groep kreeg een vitaminepreparaat dat routinematig werd gegeven in het betreffende ziekenhuis, de andere groep kreeg een hoger gedoseerd preparaat. Het standaardsupplement bevatte 7.5 mg zink per dag, het sterkere supplement 15 mg.
Voor de studie was er bij 4.5% van de patiënten sprake van een tekort aan zink: dit steeg tot ruim 21% 18 maanden na de ingreep. In andere studies is gevonden dat tekorten ook optreden bij suppletie met 22-23 mg zink per dag. In deze studie was geen sprake van een verhoogd verlies van zink, zodat de onderzoekers concludeerden dat een verminderde opname van dit mineraal de oorzaak moet zijn. Personen die een Roux en Y anastomose ondergaan in verband met ernstig overgewicht lopen een grote kans om een tekort aan zink te ontwikkelen. Suppletie om een tekort te voorkomen dient plaats te vinden in een hogere dosering dan gebruikelijk, waarbij in dit onderzoek een dosering van 40-50 mg per dag wordt voorgesteld.
Referenties: Manuel Ruz, Fernando Carrasco, Pamela Rojas, Juana Codoceo, Jorge Inostroza, Karen Basfi-fer, Attila Csendes, Karin Papapietro, Fernando Pizarro, Manuel Olivares, Lei Sian, Jamie L Westcott, Leland V Miller, K Michael Hambidge, and Nancy F Krebs. Zinc absorption and zinc status are reduced after Roux-en-Y gastric bypass: a randomized study using 2 supplements. Am J Clin Nutr 2011 94: 1004-1011

Veel tekorten aan vitamine D bij nieuw vastgestelde SLE: duidelijke relatie met ziekteactiviteit
Nadat in eerdere onderzoeken een verband tussen vitamine D en de auto-immuunziekte SLE (systemische lupus erythematodes) werd aangetoond, hebben onderzoekers nu gekeken naar het voorkomen van tekorten aan deze vitamine bij vrouwen met nieuw vastgestelde SLE. Ook keken zij hierbij naar de ziekteactiviteit.
Veertig vrouwen waarbij deze aandoening werd vastgesteld (gemiddelde leeftijd 25 jaar) werden onderzocht. De hoeveelheid 25-OH vitamine D werd bepaald in het bloed, waarbij bleek dat tekorten zeer vaak voorkwamen. Bij 12.5% was de vitamine D-spiegel lager dan 31.25 nmol/L, bij 62.5% was deze 31.25 – 62.5 nmol per liter en bij 17.5% was dit 62.5-99 nmol/L. De onderzoekers hanteerden 100 nmol/L als ondergrens voor een adequate vitamine D-spiegel, een waarde die ook in Nederland vaak gebruikt wordt wanneer er sprake is van vitamine D-gerelateerde aandoeningen zoals auto-immuunziekten. 92.5% van de onderzochte vrouwen had dus een tekort aan vitamine D. Hierbij werd gevonden dat een ernstiger tekort aan vitamine D gepaard ging met een hogere ziekteactiviteit (hogere waarden van leverenzymen in het bloed, lagere hemoglobine- en albuminespiegels en meer antilichamen tegen dubbelstrengs DNA). De onderzoekers adviseren om bij iedere diagnose van SLE de hoeveelheid vitamine D te bepalen en tekorten direct te behandelen.
ZS Bonakdar, L Jahanshahifar, F Jahanshahifar, and A Gholamrezaei. Vitamin D deficiency and its association with disease activity in new cases of systemic lupus erythematosus. Lupus, June 16, 2011;

Hogere vitamine D-spiegels gaan gepaard met beter functioneren van bloedvaten bij gezonde personen
Onderzoek heeft aangetoond dat hogere vitamine D-spiegels gepaard gaan met een lagere kans op hart- en vaatziekten. Het onderliggend mechanisme is echter nog niet opgehelderd. In deze studie is daarom gekeken naar de relatie tussen de hoeveelheid 25-OH-vitamine D in het bloed en de vaatfunctie.
Bij 554 proefpersonen werd de hoeveelheid vitamine D in het bloed bepaald, waarna de functie van de bloedvaten werd onderzocht. Hierbij werd gekeken naar de endotheelfunctie, de functie van kleine bloedvaatjes en de elasticiteit van de vaatwanden. Hierbij bleek dat hogere vitamine D-spiegels, ook na correctie voor andere bekende risicofactoren van hart- en vaatziekten, gepaard gingen met een betere functie van het endotheel en de kleine bloedvaatjes. Ook was er sprake van meer elasticiteit in de wand van de slagaderen. Bovendien bleek dat toediening van extra vitamine D aan personen met een tekort leidde tot een verbetering van de vaatfunctie en een daling van de gemiddelde bloeddruk.
Ibhar Al Mheid, Riyaz Patel, Jonathan Murrow, Alanna Morris, Ayaz Rahman, Lucy Fike, Nino Kavtaradze, Irina Uphoff, Craig Hooper, Vin Tangpricha, R. Wayne Alexander, Kenneth Brigham, and Arshed A. Quyyumi. Vitamin D Status Is Associated With Arterial Stiffness and Vascular Dysfunction in Healthy Humans. J. Am. Coll. Cardiol. 2011; 58(2): p. 186-192

Extra antioxidanten versnellen de botgenezing na operatieve behandeling van een botbreuk
Na een botbreuk bevorderen stoffen als osteocalcine en het enzym alkalisch fosfatase de botgenezing, terwijl een verhoogde belasting met vrije radicalen deze juist vertraagt. Om na te gaan of toediening van extra antioxidanten invloed heeft op de botgenezing hebben onderzoekers na een ingreep waarbij een botbreuk operatief is hersteld gedurende 1 of 2 weken een combinatie van antioxidanten (300 µg vitamine A, 10 mg vitamine E, 60 mg vitamine C, en 75 µg selenium) gegeven. Zowel de proefpersonen als een controlegroep kregen de normale postoperatieve behandeling (2e generatie cefalosporine per infuus 1000 mg/dag gedurende 3 dagen, diclofenac 50 mg en paracetamol 500 mg twee maal daags gedurende 15 dagen). Vervolgens controleerden zij de hoeveelheid osteocalcine en alkalisch fosfatase in het bloed. Ook keken zij naar de hoeveelheid TBARS (thiobarbituric acid reactive substances) in het bloed, een stof die de mate van belasting aan vrije radicalen weergeeft. Tenslotte werd ook gekeken naar de hoeveelheid superoxide dismutase (SOD), glutathion reductase (GR) en glutathion (GSH) in het bloed.
Hierbij werd gevonden dat de hoeveelheid osteocalcine en de activiteit van alkalisch fosfatase significant hoger waren in het bloed van personen die twee weken antioxidanten hadden gebruikt, hetgeen duidt op een betere botgenezing. Zowel na 1 als na 2 weken was de hoeveelheid TBARS lager, terwijl de activiteit van SOD en GR hoger waren. Na 2 weken gebruik steeg ook de hoeveelheid glutathion in het bloed. De onderzoekers adviseren om het gebruik van antioxidanten te overwegen na chirurgische behandeling van een botbreuk.
A. Sandukji, H. Al-Sawaf, A. Mohamadin, Y. Alrashidi, and SA Sheweita. Oxidative stress and bone markers in plasma of patients with long-bone fixative surgery: Role of antioxidants. Human and Experimental Toxicology. 2011; 30(6): p. 435-442

Lagere vitamine D-spiegel in het bloed gaat gepaard met een slechtere prognose bij hartfalen
Eerdere onderzoeken hebben een verband gesuggereerd tussen de vitamine D-status en hartfalen. Onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen hebben nu gekeken naar de vitamine D-spiegels bij personen met hartfalen en de kans op ziekenhuisopname en overlijden. Ook werd gekeken naar de activiteit van het renine-angiotensine-systeem (RAS) en markers voor ontstekingsactiviteit.
In deze studie werden 548 personen met hartfalen (gemiddelde ejectiefractie 30%) gedurende gemiddeld 18 maanden gevolgd. Naast de hoeveelheid 25-OH-vitamine D werd eveneens gekeken naar de plasma renine activiteit (maat voor activatie van RAS), interleukine 6 en C-reactive protein (CRP) als markers voor ontstekingsactiviteit en pro-BNP, een marker voor hartfalen. Lagere vitamine D-spiegels werden aangetroffen bij vrouwen, personen op hogere leeftijd en bij personen met hogere pro-BNP spiegels en gingen gepaard met een hogere PRA en hogere CRP-waarden. Er was bovendien een duidelijke relatie tussen de hoeveelheid vitamine D en de kans op ziekenhuisopname of overlijden. De kans op overlijden of ziekenhuisopname gecombineerd was 9% hoger voor iedere 10 nmol/L lagere vitamine D spiegel: de kans op overlijden (ongeacht de oorzaak) was 10% hoger voor iedere 10 nmol/L lagere waarde. De onderzoekers stellen dat de hogere ontstekingsactiviteit en de activatie van het RAS hierbij een belangrijke rol spelen.
Licette C.Y. Liu, Adriaan A. Voors, Dirk J. van Veldhuisen, Eveline van der Veer, Anne M. Belonje, Mariusz K. Szymanski, Herman H.W. Sillje, Wiek H. van Gilst, Tiny Jaarsma, and Rudolf A. de Boer. Vitamin D status and outcomes in heart failure patients. Eur J Heart Fail. 2011; 13(6): p. 619-625

Tekort aan vitamine D bij de geboorte leidt tot veel hogere kans op infectie met het RS-virus
Het respiratoir syncytiëel virus of RS-virus is de meest voorkomende veroorzaker van infecties van de onderste luchtwegen bij zuigelingen en peuters en is een van de belangrijkste redenen voor ziekenhuisopnames in deze leeftijdsgroep. In de afgelopen jaren zijn belangrijke functies van vitamine D in het immuunsysteem ontdekt, onder andere in de strijd tegen infecties. In eerdere studies waren aanwijzingen gevonden dat vitamine D zou kunnen beschermen tegen infecties met het RS-virus.
Om na te gaan of er een verband bestaat tussen de hoeveelheid vitamine D in het bloed van de pasgeborene (gemeten in bloed uit de navelstreng) en de kans op een RSV-infectie in het eerste levensjaar onderzochten wetenschappers van het Universitair Medisch Centrum in Utrecht 156 kinderen.
Bij 27% van de pasgeborenen werd een tekort aan vitamine D gevonden (< 50 nmol/L), bij 27% was deze waarde onvoldoende (50-74 nmol/L) en slechts 46% had voldoende vitamine D in het bloed (>= 75 nmol/L). Kinderen waarvan de moeder tijdens de zwangerschap extra vitamine D had geslikt hadden duidelijk meer vitamine D in het bloed. Van de onderzochte zuigelingen trad bij 18% een RSV-infectie op. De kans op een dergelijke infectie was bij kinderen die geboren waren met minder dan 50 nmol/L vitamine D in het bloed, zes maal hoger dan bij kinderen met voldoende vitamine D. De onderzoekers stellen dat suppletie met vitamine D een goede strategie is om de kans op een RSV-infectie bij kinderen te verkleinen.
Mirjam E. Belderbos, Michiel L. Houben, Berry Wilbrink, Eef Lentjes, Eltje M. Bloemen, Jan L. L. Kimpen, Maroeska Rovers, and Louis Bont. Cord Blood Vitamin D Deficiency is Associated With Respiratory Syncytial Virus Bronchiolitis. Pediatrics. published 9 May 2011, 10.1542/peds.2010-3054

Ernstige vitamine D-tekorten gevonden bij Afro-Amerikaanse jongeren met astma
De rol van vitamine D bij tal van ontstekingsgerelateerde aandoeningen wordt steeds duidelijker. Ook bij astma is een duidelijke invloed van vitamine D in de literatuur beschreven. Een donkere huidskleur is een risicofactor voor het optreden van een tekort aan vitamine D. Om na te gaan of een verschil in de hoeveelheid vitamine D in het bloed bestaat bij Afro-Amerikaanse jongeren met en zonder astma is gekeken naar een groep van deze jongeren in de leeftijd van 6 tot 20 jaar met en zonder astma. Hierbij bleek dat 86% van de jongeren met astma een insufficiënte serumspiegel hadden (<75 nmol/L), tegen 19% in de gezonde controlegroep. Ernstige tekorten (<50 nmol/L) kwamen voor bij 54% van de jongeren met astma: bij gezonde leeftijdgenoten werd dit slechts bij 5% aangetroffen.
Op basis van deze gegevens adviseren de onderzoekers om bij Afro-Amerikaanse jongeren, en zeker bij jongeren met astma, standaard de hoeveelheid vitamine D te bepalen om problemen te helpen voorkomen.
RJ Freishtat, SF Iqbal, DK Pillai, CJ Klein, LM Ryan, AS Benton, and SJ Teach. High prevalence of vitamin D deficiency among inner-city African American youth with asthma in Washington DC. J Pediatr, June 1, 2010; 156(6): 948-52

Toepassing van probiotica vermindert de kans op het ontwikkelen van allergieën bij kinderen die via een keizersnede zijn geboren
Een lagere blootstelling aan velerlei bacteriën wordt gezien als een van de mogelijke oorzaken voor het optreden van allergieën. In de darmflora van kinderen met allergische klachten worden bovendien minder lactobacillen en bifidobacteriën gevonden. Om na te gaan of toediening van probiotica invloed heeft op de ontwikkeling van allergische klachten kregen moeders gedurende de laatste maand van de zwangerschap en de kinderen vanaf de geboorte tot de leeftijd van 6 maanden dagelijks een mengsel van probiotische bacteriën of een placebo. Op de leeftijd van 5 jaar werd gekeken naar de aanwezigheid van allergieën, eczeem en IgE-antilichamen tegen bekende allergenen.
In de gehele groep werd geen bescherming gevonden tegen het optreden van allergische klachten. Opvallend was echter dat bij kinderen die via een keizersnede ter wereld waren gekomen de kans op het ontwikkelen van allergieën maar liefst 53% lager was in de groep die probiotica had gebruikt. Toepassing van probiotica bij deze kinderen op zeer jonge leeftijd kan daarom helpen de kans op allergieën te verkleinen.
M Kuitunen, K Kukkonen, K Juntunen-Backman, R Korpela, T Poussa, T Tuure, T Haahtela, and <st1:place w:st="on">E Savilahti</st1:place>. Probiotics prevent IgE-associated allergy until age 5 years in cesarean-delivered children but not in the total cohort. J Allergy Clin Immunol, February 1, 2009; 123(2): 335-41.

Gestoorde opname van vitamine D na maagverkleining
Bij ernstig overgewicht kan een operatie waarbij de maag wordt verkleind een uitkomst bieden. Bij een dergelijke ingreep wordt een groot deel van de maag weggenomen en direct aangesloten op de dunne darm. Na een dergelijke ingreep kan door de veranderde spijsvertering snel een tekort aan vitamine B12 ontstaan: hierover is in de literatuur uitgebreid gepubliceerd. In deze studie is gekeken naar de effecten van deze behandeling op de opname van vitamine D.
Hiertoe kregen 14 vrouwen met ernstig overgewicht voor de operatie en op dag 1, 2, 3 en 14 na de operatie 50.000 IU vitamine D, waarna de concentratie in het bloed werd bepaald. Hierbij bleek dat de maximale concentratie in het bloed 14 dagen na de ingreep ruim een kwart lager was dan voor de operatie, waarbij bij sommige personen nog veel lagere waarden werden gevonden. Bovendien merkten de onderzoekers op dat er sterke aanwijzingen zijn dat de opname op langere termijn nog verder afneemt.
Bij personen met overgewicht wordt (nog) vaker dan gemiddeld een tekort aan vitamine D gevonden. Door bewegingsbeperking kan de zonblootstelling in deze groep bovendien ernstig beperkt zijn, waardoor nog eerder tekorten optreden. Omdat suppletie in dergelijke situaties de enige wijze kan zijn om een tekort san vitamine D op te heffen of te voorkomen is het van groot belang om rekening te houden met deze verminderde opname. Controle van de hoeveelheid vitamine D in het bloed en aanpassing van de dosering waar nodig is in deze groep daarom van groot belang.
Edo Aarts, Lenneke van Groningen, Ronald Horst, Darryl Telting, Adriaan van Sorge, Ignace Janssen, and Hans de Boer. Vitamin D Absorption: Consequences of Gastric Bypass Surgery. Eur. J. Endocrinol. published 21 February 2011, 10.1530/EJE-10-1126

Polycysteus ovariumsyndroom (PCOS): positieve invloed van extra omega-3 vetzuren
Het polycysteus ovariumsyndroom (PCOS) is een aandoening waarbij er sprake is van een verhoogde concentratie mannelijke geslachtshormonen in het bloed, wat gepaard gaat met een afwezige eisprong en dus onvruchtbaarheid. Ook is er vaak sprake van insulineresistentie en een verhoogde kans op het ontwikkelen van diabetes type 2. PCOS komt bij 5-10% van de vrouwen in de vruchtbare leeftijd voor.
In deze studie is allereerst gekeken naar de hoeveelheid omega-3 vetzuren in het bloed en de verhouding tussen omega-6 en omega-3 vetzuren. Hierbij werd gevonden dat vrouwen met een hogere verhouding omega-6 / omega-3 vetzuren meer mannelijke hormonen in het bloed hadden. Bovendien ging een lagere hoeveelheid omega-3 vetzuren gepaard met een slechter lipidenprofiel in het bloed. Een gedeelte van de proefpersonen gebruikte gedurende 6 weken dagelijks 4 gram visolie met daarin 1.9 gram omega-3 vetzuren (1266 mg EPA en 633 mg DHA). Hierbij bleek dat in deze relatief korte tijd de hoeveelheid beschikbaar testosteron in het bloed duidelijk daalde, waarbij de grootste daling optrad bij proefpersonen die een hoge ratio van omega-6 / omega-3 vetzuren hadden.
Inname van extra omega-3 vetzuren kan daarom helpen de hogere concentratie van mannelijke geslachthormonen bij vrouwen met PCOS te verlagen.
Niamh Phelan, Annalouise O'Connor, Tommy Kyaw Tun, Neuman Correia, Gerard Boran, Helen M Roche, and James Gibney. Hormonal and metabolic effects of polyunsaturated fatty acids in young women with polycystic ovary syndrome: results from a cross-sectional analysis and a randomized, placebo-controlled, crossover trial. Am J Clin Nutr 2011;93 652-662

Omega-3 vetzuren verbeteren pompfunctie van het hart en verminderen ziekenhuisopnames bij patiënten met een vergroot hart (cardiomyopathie)
In dit onderzoek is gekeken naar de effecten van de inname van extra omega-3 vetzuren op de hartfunctie van personen met een zogenaamde niet-ischemische dilatatieve cardiomyopathie, een hartspierafwijking waarbij het hart vergroot is en de pompfunctie afgenomen is, zonder dat er sprake is van ernstige verstopping van de kransslagaderen. Door de verminderde pompfunctie treedt hartfalen op. In totaal namen 130 personen met mild hartfalen door deze aandoening deel aan het onderzoek. De ene helft gebruikte gedurende 12 maanden dagelijks 2 gram omega-3 vetzuren, de andere helft een placebo. Aan het einde van het onderzoek bleken de pompfunctie van het hart, het zuurstofverbruik, de inspanningstolerantie en de algemene conditie verbeterd te zijn bij de personen die visolie gebruikten, terwijl al deze indicatoren waren verslechterd in de placebogroep. Bovendien werd een groot verschil in het aantal ziekenhuisopnames gevonden: in de placebogroep werd 30% van de proefpersonen in de placebogroep opgenomen, terwijl dit bij slechts 6% in de visoliegroep noodzakelijk was.
Inname van een relatief lage dosering visolie kan helpen om verergering van klachten bij deze hartaandoening te voorkomen en de conditie zelfs verbeteren.
Savina Nodari, Marco Triggiani, Umberto Campia, Alessandra Manerba, Giuseppe Milesi, Bruno M. Cesana, Mihai Gheorghiade, and Livio Dei Cas. Effects of n-3 Polyunsaturated Fatty Acids on Left Ventricular Function and Functional Capacity in Patients With Dilated Cardiomyopathy. J. Am. Coll. Cardiol. 2011; 57(7): p. 870-879

Essentiële vetzuren effectief tegen premenstrueel syndroom (PMS)
Premenstrueel syndroom is de naam die gegeven wordt aan klachten die optreden op een vast punt in de menstruele cyclus. Hierbij kan zowel sprake zijn van lichamelijke klachten (pijn in de borsten, pijn in de benen) als psychische symptomen, waarbij depressie, maar ook agressiviteit op de voorgrond kunnen staan. Deze symptomen treden in het algemeen op vanaf 10-12 dagen voor het begin van de menstruatie, waarbij zij verdwijnen op het moment dat de menstruatie begint. PMS-klachten komen veelvuldig voor: tot 80% van de vrouwen in de vruchtbare leeftijd heeft last van lichamelijke of psychische symptomen.
Aan deze studie namen 120 vrouwen deel. Veertig van hen kregen alleen een placebo, 40 een capsule met 1 gram vetzuren en veertig vrouwen gebruikten twee capsules met de vetzuren per dag. De gebruikte vetzuurcapsules bevatten per gram 210 mg. GLA (gamma-linoleenzuur), 175 mg. oliezuur, 345 mg. linolzuur, 250 mg. overige meervoudig onverzadigde vetzuren en 20 mg. vitamine E (dit is de vetzuursamenstelling van borage-olie, red.). Deelneemsters aan de studie gebruikten de preparaten gedurende 180 dagen (6 maanden). Gedurende de studie vulden de vrouwen dagelijks een uitgebreide vragenlijst in om de ernst van de klachten vast te stellen.
Zowel na 3 als na 6 maanden bleken de vrouwen die de vetzuren hadden gebruikt beduidend minder klachten te hebben dan de placebogroep, waarbij de beste resultaten behaald werden met de hoogste dosis (2 gram per dag). Er werd gedurende de studie geen directe invloed op hormoonspiegels (prolactine) gevonden. De onderzoekers hielden prostaglandine E1, dat indirect wordt gevormd uit gamma-linoleenzuur, verantwoordelijk voor deze positieve effecten.
Inname van borage-olie, samen met vitamine E, kan een belangrijk en effectief hulpmiddel zijn in de strijd tegen deze veel voorkomende premenstruele klachten.
Edilberto A Rocha Filho et al. Essential fatty acids for premenstrual syndrome and their effect on prolactin and total cholesterol levels: a randomized, double blind, placebo-controlled study. Reproductive Health 2011, 8:2

Bioflavonoïden in de voeding verhogen de hoeveelheid omega-3 vetzuren EPA en DHA in het bloed
Bioflavonoïden zijn sterke antioxidanten die mede verantwoordelijk worden gehouden voor de positieve effecten van een hogere inname van groenten en fruit. Nieuw onderzoek heeft aangetoond dat deze stoffen, die o.a. verantwoordelijk zijn voor de kleuren van vele soorten groenten, ook een positieve invloed hebben op de hoeveelheid EPA en DHA in het bloed.
Voor deze studie werd aan twee groepen ratten een standaard dieet of een dieet verrijkt met bioflavonoïden gegeven. Er waren geen verdere verschillen in het dieet van de twee groepen. Na 8 weken bleek het bloed van de dieren die de bioflavonoïden hadden gekregen significant meer EPA en DHA te bevatten. Er werd geen effect gevonden op de concentratie omega-6 vetzuren.
Hoe de bioflavonoïden precies invloed uitoefenen op de stofwisseling van omega-3 vetzuren is nog onbekend. Dit nieuw ontdekte effect onderstreept echter het belang van een voldoende inname van bioflavonoïden voor de gezondheid.
Marie-Claire Toufektsian, Patricia Salen, Francois Laporte, Chiara Tonelli, and Michel de Lorgeril. Dietary Flavonoids Increase Plasma Very Long-Chain (n-3) Fatty Acids in Rats. J. Nutr. 2011; 141(1): p. 37-41

Probiotica en dieetadvies tijdens de zwangerschap verminderen de kans op zwangerschapsdiabetes en hebben een positieve invloed op het gewicht van het kind
Er zijn steeds meer aanwijzingen dat de voeding tijdens de zwangerschap een grote invloed heeft op de latere ontwikkeling van het kind. Om de veiligheid en effectiviteit van het gebruik van probiotica tijdens de zwangerschap na te gaan werden in deze studie 256 vrouwen in het eerste trimester van de zwangerschap onderzocht. De ene helft kreeg een dieetadvies, terwijl de andere helft de controlegroep vormde. Van de vrouwen die een dieetadvies kregen, kreeg de helft bovendien een probioticum met de bacteriestammen Lactobacillus rhamnosus GG (LGG) en Bifidobacterium lactis BB-12.
Hierbij bleek dat bij de vrouwen die een dieetadvies en probiotica hadden gekregen de kans op het ontwikkelen van zwangerschapsdiabetes veel kleiner was: 13% tegen 36% in de groep die alleen een dieetadvies had gekregen. In de controlegroep ontwikkelde 34% van de deelneemsters aan het onderzoek zwangerschapsdiabetes. Het dieetadvies had wel invloed op de lengte en het gewicht van het kind tijdens de geboorte, waarbij de kans op te grote of te zware kinderen duidelijk lager was. Ook belangrijk was dat het gebruik van deze probiotica geen enkel negatief effect op moeder of kind had.
Omdat een hoog geboortegewicht in verband wordt gebracht met overgewicht en een hogere kans op diabetes stellen de onderzoekers dat probiotica, in combinatie met een dieetadvies,in de toekomst een belangrijke bijdrage aan de gezondheid van de kinderen kunnen bieden.
R. Luoto, K. Laitinen, M. Nermes, E. Isolauri. Impact of maternal probiotic-supplemented dietary counselling on pregnancy outcome and prenatal and postnatal growth: a double-blind, placebo-controlled study. British Journal of Nutrition published online ahead of print, doi:10.1017/S0007114509993898

Antioxidantrijke voeding leidt tot verbetering van de longfunctie bij COPD
COPD (chronische obstructieve longaandoeningen zoals astma) gaan gepaard met een verhoogde belasting aan vrije radicalen. Een dieet rijk aan groenten en fruit leidt tot een duidelijk hogere inname van antioxidanten. Om na te gaan of er een positief effect van een dergelijk dieet op COPD bestaat kregen in totaal 120 personen met COPD gedurende drie jaar wel of geen dieetadvies. Vervolgens werden de effecten op de longfunctie (gemeten aan de FEV1) bepaald.
Hierbij bleek dat de groep die een dieet met meer groenten en fruit volgde gedurende het onderzoek een significant betere longfunctie had, ook na correctie voor andere risicofactoren. De onderzoekers stellen dat een dieetadvies met meer antioxidantrijke voeding een onderdeel kan vormen van de behandeling van COPD.
E. Keranis, D. Makris, P. Rodopoulou, H. Martinou, G. Papamakarios, Z. Daniil, E. Zintzaras, and K.I. Gourgoulianis. Impact of dietary shift to higher antioxidant foods in COPD: A Randomized Trial. Eur. Respir. J. published 11 February 2010, 10.1183/09031936.00113809

Hoge dosis alfa-liponzuur als supplement geeft serumspiegels die overeenkomen met de effecten van injecties bij personen met MS
Alfa-liponzuur is een sterke antioxidant, die o.a. wordt ingezet bij aandoeningen van het zenuwstelsel, zoals diabetische neuropathie en multiple sclerose (MS). In onderzoek naar een experimentele vorm van MS bij muizen is meerdere malen vastgesteld dat injecties met alfa-liponzuur een sterk positief effect hebben. Omdat alfa-liponzuur in het algemeen als capsule of tablet wordt gebruikt, kunnen dergelijke resultaten alleen doorgetrokken worden naar toepassing bij mensen, als bij het gebruik van dergelijke preparaten een vergelijkbare concentratie in het bloed bereikt kan worden.
In deze studie kregen in totaal 23 personen met MS éénmalig een dosis van 1200 mg alfa-liponzuur als capsule of tablet. Vervolgens werd gekeken naar de concentratie van deze stof in het bloed. Het bleek dat bij gebruik van alfa-liponzuur in capsules, concentraties in het bloed gevonden werden die overeenkomen met de concentraties die bereikt worden bij injectie van 50 mg alfa-liponzuur per kg lichaamsgewicht onder de huid bij muizen. Bij deze dosering worden sterke therapeutische effecten gevonden bij proefdieren. Opvallend was dat bij het gebruik van deze dosis alfa-liponzuur als tablet duidelijk lagere concentraties in het bloed van de proefpersonen werden gevonden dan bij het gebruik van capsules.
Dit is de eerste maal dat wordt aangetoond dat gebruik van alfa-liponzuur als oraal supplement leidt tot concentraties van deze antioxidant in het bloed die vergelijkbaar zijn met de concentraties die in onderzoek bij proefdieren met MS effectief blijken.
Vijayshree Yadav, Gail H. Marracci, Myrna Y. Munar, Ganesh Cherala, Lauren E. Stuber, Lilia Alvarez, Lynne Shinto, Dennis R. Koop, and Dennis N Bourdette. Pharmacokinetic study of lipoic acid in multiple sclerosis: comparing mice and human pharmacokinetic parameters. Multiple Sclerosis. published 11 February 2010, 10.1177/1352458509359722

Antioxidanten beschermen tegen de ontwikkeling van staar
Staar is een vertroebeling van de lens en/of het lenskapsel van het oog. De kans om staar te ontwikkelen neemt toe met de leeftijd. Vrije radicalen worden al lange tijd in verband gebracht met het ontstaan van staar.
Omdat het proces waarbij staar ontstaat in het algemeen langzaam verloopt is langdurig onderzoek noodzakelijk om de effecten van voedingsstoffen op de ontwikkeling van staar te bestuderen. In dit onderzoek werden 2464 personen van 49 jaar en ouder gedurende 5 tot 10 jaar gevolgd.
Aan het begin van de studie werd met behulp van een vragenlijst de inname van antioxidanten (zowel uit de voeding als door het gebruik van supplementen) vastgesteld. Bij herhalingsbezoek werd vervolgens de aanwezigheid van staar onderzocht. Hierbij bleek dat de personen die de hoogste inname van vitamine C hadden 45% minder kans hadden op het ontwikkelen van kernstaar, de vorm van staar waarbij de lens zelf vertroebelt. Personen die een meer dan gemiddelde inname van gecombineerde antioxidanten hadden bleken een 49% lagere kans te hebben om kernstaar te ontwikkelen. Inname van antioxidanten had geen invloed op de andere vormen van staar.
Ava Grace Tan, Paul Mitchell, Victoria M Flood, George Burlutsky, Elena Rochtchina, Robert G Cumming, and Jie Jin Wang. Antioxidant nutrient intake and the long-term incidence of age-related cataract: the Blue Mountains Eye Study. Am J Clin Nutr 2008;87 1899-1905

Curcumine uit geelwortel (Turmeric) helpt om resistentie tegen tamoxifen op te heffen in borstkankercellen
Tamoxifen, een geneesmiddel dat de oestrogeenreceptor blokkeert, wordt ingezet bij vrouwen met oestrogeenreceptor-positieve borsttumoren, als behandeling na operatie. Bij vrouwen bij wie toch later metastases gevonden worden blijkt in 50% van de gevallen de tumor ongevoelig geworden te zijn voor tamoxifen. Op langere termijn blijkt bij (vrijwel) alle gebruikers resistentie voor dit medicijn op te treden. Veranderingen in de vorming van groeifactoren in de tumorcellen lijkt hiervoor verantwoordelijk te zijn.
Borsttumorcellen die voortdurend de groeifactor Akt produceren worden gekenmerkt door hoge concentraties van de groeifactor Nuclear factor kappa bèta (NF-kB), ongevoeligheid voor Tamoxifen en groei die onafhankelijk is van stimulatie door oestrogenen. Eerder onderzoek heeft aangetoond dat curcumine uit geelwortel (turmeric) de vorming van NF-kB remt. Omdat de hogere productie van deze groeifactor gezien wordt als een van de mechanismen voor het ontstaan van ongevoeligheid voor tamoxifen is veel belangstelling voor de mogelijkheden van remming van deze groeifactor. Medicatie die NF-kB remt is ook beschikbaar (Velcade), maar deze heeft ernstige bijwerkingen.
In deze studie is gekeken naar de effecten van curcumine alleen en in combinatie met tamoxifen bij twee typen gekweekte tumorcellen: MCF-7 cellen die normale hoeveelheden van de groeifactor Akt produceren en een variant die voortdurend hogere hoeveelheden hiervan produceert. Curcumine alleen bleek in beide typen de groei en overleving van de tumorcellen te remmen. In combinatie met tamoxifen bleek een synergistische remming van groei en overleving van de kwaadaardige cellen op te treden. Combinatie met curcumine maakt dit celtype, dat normaal niet op tamoxifen reageert, dus opnieuw gevoelig voor dit medicijn.
De onderzoekers stellen dat deze resultaten wijzen op de mogelijkheid dat combinatie van tamoxifen met curcumine een effectieve strategie kan zijn om resistentie voor tamoxifen te voorkomen of opgetreden ongevoeligheid op te heffen.
M. De Gasperi, D. Cavazos, and L. deGraffenried. Curcumin Modulates Tamoxifen Response in Resistant Breast Cancer Cells. Cancer Res. 2009; 69 (24_MeetingAbstracts): p. 3098

Selenium effectief middel tegen hartspierschade door chemotherapie met anthracycline bij kinderen
Hoge doseringen anthracycline (totale dosis 300–500 mg/m2) worden in een aantal behandelprotocollen toegepast bij chemotherapie bij kinderen. In deze studie is gekeken naar het vrijkomen van de stof Probrain Natriuretisch Peptide (Pro-BNP) uit de hartspier in relatie tot beschadiging en naar de effecten van selenium op de hartspierfunctie. Selenium speelt een belangrijke rol in het antioxidantsysteem en hartspierafwijkingen kunnen optreden bij een tekort aan selenium.
Na afloop van de behandeling bleek bij 11 van de 58 kinderen (gemiddelde leeftijd 12 jaar) pro BNP verhoogd te zijn. Bij 6 van deze kinderen en bij zes kinderen met een normaal pro-BNP is vervolgens gekeken naar het seleniumgehalte. Alle kinderen met een normaal pro-BNP hadden een normaal seleniumgehalte in het bloed, maar bij vier van de zes kinderen met een verhoogd pro-BNP was er sprake van een laag seleniumgehalte. Drie van deze vier kinderen had symptomen van hartfalen. Naast de normale medicatie kregen zij dagelijks 100 ug selenium. Alle drie verkeerden enkele maanden na de behandeling in een goede conditie. Twee van de drie hadden een normaal pro-BNP gehalte, terwijl dit bij de derde met 80% was afgenomen.
Seleniumsuppletie kan een belangrijke ondersteuning van de therapie vormen bij hartfalen bij kinderen met een laag seleniumgehalte in het bloed na chemotherapie met anthracycline.
N. Tacyildiz, T. Ucar, D. Ozyoruk, G. Yavuz, E. Unal, S. Atalay, G. Ozelci Kavas, P. Aribal, H. Dincaslan, and A. Cavdar. Effect of selenium on anthracycline induced cardiotoxicity in children that treated for cancer: Correlation with pro-brain natriuretic peptide levels. ASCO Meeting Abstracts, May 2009; 27: 10061

Minder lactobacillen op het slijmvlies en meer mestcellen in de darmwand bij prikkelbare darmsyndroom
In een groot aantal onderzoeken is beschreven dat veranderingen in de darmflora en een veranderde werking van het immuunsysteem worden aangetroffen bij patiënten met een spastische darm (irritable bowel syndrome, IBS). In deze studie is gekeken naar het voorkomen van verschillende cellen uit het immuunsysteem en de relatie met de darmflorabacteriën die op het slijmvlies werden aangetroffen.
37 personen met IBD (27 met het type dat vooral door diarree wordt gekenmerkt en 10 met de vorm die voornamelijk verstoppingklachten geeft) namen aan de studie deel, evenals 23 controlepersonen. Bij darmonderzoek werd een stukje weefsel weggenomen uit het laatste deel van de dunne darm en het rectum. Hierbij werd niet alleen het darmweefsel onderzocht, maar ook de bacteriën die zich op het slijmvlies bevonden. Bij analyse bleek dat in de darmwand van patiënten met de diarree-dominante vorm veel meer mestcellen gevonden, terwijl het aantal lactobacillen op het slijmvlies beduidend lager was. De onderzoekers suggereren dat het lagere aantal lactobacillen de oorzaak kan zijn voor de toename van het aantal mestcellen, en daarmee kan bijdragen aan de ernst van de klachten.
G C Parkes, N Rayment, I Woodman, B Hudspith, L Petvoska, M Lomer, J Brostoff, K Whelan, and J Sanderson. Increases in ileal mast cells in patients with diarrhoea predominant irritable bowel syndrome may be due to a relative reduction in mucosa-associated lactobacilli. Gut. 2011; 60(Suppl_1): p. A39-a

Bifidobacterium infantis scheidt stoffen af die de barrièrefunctie van het darmslijmvlies verbeteren
Probiotica kunnen helpen om de barrièrefunctie van het darmslijmvlies te verbeteren en kunnen ontstekingsreacties helpen verminderen. Zij scheiden o.a. bepaalde peptiden af die een sterke invloed op het darmslijmvlies hebben. Toediening van een medium waarin zich deze factoren bevinden aan gekweekte menselijke slijmvliescellen leidde tot een betere darmbarrière door veranderingen in de tight junctions tussen de slijmvliescellen. Daarnaast bleek dat deze behandeling ook een verstoring van de barrièrefunctie door ontstekingsmediatoren als TNF-alfa en interferon-gamma kon voorkomen. Onder normale omstandigheden leiden deze ontstekingsmediatoren juist tot een vermindering van de barrièrefunctie door veranderingen in de tight junctions. Bij dieren met een genetische afwijking die spontaan colitis ontwikkelden werden de klachten verminderd door toediening van deze stoffen uit B. infantis. Er trad minder ontstekingsreactie op, en de doorlaatbaarheid van het slijmvlies werd genormaliseerd.
Deze stam, die voornamelijk in probiotica voor jonge kinderen wordt toegepast, heeft een positief effect op de barrièrefunctie van het darmslijmvlies en kan zelfs helpen om ontstekingsreacties te verminderen.
Julia B. Ewaschuk, Hugo Diaz, Liisa Meddings, Brendan Diederichs, Andrea Dmytrash, Jody Backer, Mirjam Looijer-van Langen, and Karen L. Madsen. Secreted bioactive factors from Bifidobacterium infantis enhance epithelial cell barrier function. Am J Physiol Gastrointest Liver Physiol, Nov 2008; 295: G1025 - G1034

DHA heeft ook op middelbare leeftijd een positieve invloed op het functioneren van de hersenen
Voldoende inname van DHA speelt een belangrijke rol in de goede ontwikkeling van de hersenen na de geboorte, en een hogere inname op jonge leeftijd gaat tevens gepaard met een lagere kans op bepaalde neuropsychiatrische aandoeningen zoals schizofrenie. Om na te gaan of er ook een verband bestaat tussen de hoeveelheid DHA in het lichaam (gemeten in fosfolipiden in het bloed) en het functioneren van de hersenen op middelbare leeftijd hebben onderzoekers bloed afgenomen bij 280 gezonde vrijwilligers van 35 tot 55 jaar. Alle personen hadden geen psychiatrische klachten en namen geen visoliesupplementen. Vervolgens werden alle proefpersonen onderworpen aan een uitgebreide test die diverse hersenfuncties beoordeelt. In het bloed werden de gehaltes van de diverse omega-3 vetzuren (alfa-linoleenzuur (ALA), eicosapentaeenzuur (EPA) en docosahexaeenzuur (DHA) bepaald)
Hierbij werd gevonden dat hogere concentraties DHA in de fosfolipiden in het bloed gepaard ging met betere prestaties in de tests. Er werd geen verband gevonden tussen de hoeveelheid EPA of ALA en het functioneren van de hersenen. Deze resultaten tonen aan dat voldoende inname van DHA ook na de eerste levensjaren belangrijk is voor een goede hersenfunctie.
Matthew F. Muldoon, Christopher M. Ryan, Lei Sheu, Jeffrey K. Yao, Sarah M. Conklin, and Stephen B. Manuck. Serum Phospholipid Docosahexaenonic Acid Is Associated with Cognitive Functioning during Middle Adulthood. J. Nutr. published 24 February 2010

Omega-3 vetzuren effectief in het voorkomen van psychoses bij adolescenten en jongvolwassenen met een sterk verhoogde kans op een psychotische stoornis
In meerdere studies zijn positieve effecten gevonden van het gebruik van omega-3 vetzuren uit visolie bij psychotische stoornissen. In deze studie is gekeken naar de effecten van visolie in een groep jonge personen (13-25 jaar) die een sterk verhoogde kans hadden op het ontwikkelen van een psychotische stoornis. Het ging om personen met milde psychotische klachten, personen die een voorbijgaande periode van milde psychotische symptomen hadden gehad en personen met een sterke voorgeschiedenis van psychoses in de familie, waarbij zij zelf een verminderd niveau van functioneren vertoonden. Het risico om een volledige eerste psychose te ontwikkelen in een periode van 12 maanden is in deze groepen tot wel 40%. Omdat de bijwerkingen van antipsychotica (gewichtstoename, verstoorde bloedsuikerspiegel, vervlakking van emoties) in deze groep jonge patiënten zeer ongewenst zijn, is er een grote behoefte aan een alternatief.
Gedurende het onderzoek gebruikten 41 personen dagelijks visoliecapsules met 1200 mg omega-3 vetzuren, terwijl 40 personen een placebo kregen. Deze capsules werden gedurende 12 weken gebruikt, waarna beide groepen nog 40 weken gevolgd werden. De totale studieduur was dus 1 jaar. Aan het einde van dit jaar was bij 2 van de 41 personen (4.9%) in de visoliegroep een volledige psychotische stoornis opgetreden, terwijl dit in de placebogroep bij 11 van de 40 proefpersonen (27.5%) het geval was. De groep die visolie had gebruikt had minder positieve symptomen, minder negatieve symptomen en functioneerde bovendien beter. Er was geen verschil in bijwerkingen tussen de placebogroep en de visoliegroep.
De onderzoekers concluderen dat het gebruik van visolie de kans op progressie van milde psychotische klachten tot een volledige psychotische stoornis in deze groep jonge patiënten sterk vermindert.
G. Paul Amminger, Miriam R. Schäfer, Konstantinos Papageorgiou, Claudia M. Klier, Sue M. Cotton, Susan M. Harrigan, Andrew Mackinnon, Patrick D. McGorry, and Gregor E. Berger. Long-Chain -3 Fatty Acids for Indicated Prevention of Psychotic Disorders: A Randomized, Placebo-Controlled Trial. Arch Gen Psychiatry, Feb 2010; 67: 146 – 154

Omega-3 vetzuren EPA en DHA: hogere concentraties in het bloed gaan gepaard met een lagere biologische leeftijd bij hartpatiënten
Eerdere studies hebben aangetoond dat een hogere consumptie van de visvetzuren EPA en DHA gepaard gaat met een langere overleving bij hartpatiënten. De onderliggende mechanismen zijn nog niet geheel opgehelderd. Recent is ontdekt dat zogenaamde telomeren, aan de uiteinden van ons DNA, een indicator zijn voor de biologische leeftijd van het lichaam. Hoe korter de telomeren, hoe hoger de biologische leeftijd.
In deze studie is gekeken naar de hoeveelheid EPA en DHA in het bloed van 608 patiënten met stabiele vernauwing van de kransslagaderen. Gedurende 5 of meer jaar werden deze proefpersonen gevolgd, waarbij werd gekeken naar de afname van de lengte van de telomeren van witte bloedcellen in deze periode. Hierbij bleek dat de patiënten met de hoogste concentratie EPA+DHA in het bloed duidelijk minder telomeerlengte verloren tijdens de studie dan personen met de laagste hoeveelheid van deze vetzuren in het bloed.
Dit is de eerste keer dat een dergelijke relatie tussen consumptie van de visvetzuren EPA en DHA en afname van de telomeerlengte is aangetoond.

Geen verhoogde kans op bloedingen gevonden bij gebruik van hoge doseringen visolie naast stollingremmers
Visolie wordt vaak ingezet om triglyceriden te verlagen of voor secundaire preventie bij personen met hart- en vaataandoeningen. In deze retrospectieve studie is gekeken naar het optreden van bloedingen bij gebruik van een combinatie van aspirine (gemiddelde dosering 161 +/- 115 mg), clopidogrel (Plavix) (75 mg) met of zonder een hoge dosering visolie (3 +/- 1.25 g). Gedurende een gemiddelde follow-up van 33 maanden trad er 1 ernstige bloeding op in de controlegroep, en geen in de visoliegroep. Kleine bloedingen traden op in 2.3% van de visoliegroep en bij 3.9% in de controlegroep. De onderzoekers concluderen dat het gebruik van visolie naast deze veel gebruikte combinatie van stollingremmers geen hogere kans op bloedingen opleverde.
PD Watson, PS Joy, C Nkonde, SE Hessen, and DG Karalis. Comparison of bleeding complications with omega-3 fatty acids + aspirin + clopidogrel--versus--aspirin + clopidogrel in patients with cardiovascular disease. Am J Cardiol, October 15, 2009; 104(8): 1052-4.

Visolie herstelt de gestoorde verwijdering van dode cellen door macrofagen (fagocytose) in atherosclerotische plaques in diermodel voor diabetes
Een gestoorde verwijdering van afgestorven cellen door macrofagen leidt tot de vorming van een grotere necrotische kern en meer ontstekingsactiviteit in atherosclerotische plaques in de vaatwand. Dit wordt in verband gebracht met een hogere kans op complicaties.
Muizen met een erfelijke aanleg voor overgewicht vertonen een gestoorde fagocytose. Bovendien bleken de celwanden van de macrofagen meer verzadigde vetten te bevatten, en minder EPA en DHA dan normale muizen. Normale macrofagen bleken ook een gestoorde functie te gaan vertonen wanneer zij blootgesteld werden aan verzadigde vetten. Door toevoeging van visolie aan de afgenomen cellen, of aan de voeding van de muizen zelf, werd dit negatieve verschijnsel teniet gedaan. Dit geeft aan dat visolie een belangrijke rol kan spelen in de preventie van complicaties van atherosclerose, met name bij personen met diabetes.
Suzhao Li, Yu Sun, Chien-Ping Liang, Edward B. Thorp, Seongah Han, Andreas W. Jehle, Viswanathan Saraswathi, Brian Pridgen, Jenny E. Kanter, Rong Li, Carrie L. Welch, Alyssa H. Hasty, Karin E. Bornfeldt, Jan L. Breslow, Ira Tabas, and Alan R. Tall. Defective Phagocytosis of Apoptotic Cells by Macrophages in Atherosclerotic Lesions of ob/ob Mice and Reversal by a Fish Oil Diet. Circ. Res. published 15 October 2009, 10.1161/CIRCRESAHA.109.199570

Beschermende effecten van omega-3 vetzuren tegen de gevolgen van overbelasting van het hart: positief effect van EPA en DHA, maar niet van ALA
Klinisch onderzoek suggereert dat een hogere inname van omega-3 vetzuren kan beschermen tegen hartfalen. Om na te gaan of deze effecten optreden bij zowel EPA en DHA als ALA (alfa-linoleenzuur uit lijnzaadolie) werd gekeken naar doseringen die overeenkomen met de inname van deze vetzuren bij mensen door gebruik van supplementen. Het onderzoek werd uitgevoerd bij ratten met een vernauwde aorta, waardoor overbelasting van het hart optreedt.
Bij ratten die geen vetzuren extra kregen toegediend leidde de vernauwing van de aorta tot een verdikking van de spierwand van de linker kamer en een toename van het kamervolume aan het einde van de systole en de diastole. Toediening van ALA had vrijwel geen effect. Toediening van een combinatie van EPA en DHA beschermde echter op dosisafhankelijke wijze tegen de toename van de eindsystolische en –diastolische kamervolumes.
Deze effecten werden toegeschreven aan een hogere concentratie van het ontstekingremmende adiponectine, en aan een verminderde ontstekingsreactie (gemeten aan tromboxaan B2 in de urine en TNF-alfa in het bloed. Om positieve effecten van omega-3 vetzuren op het hart te bereiken is daarom inname van EPA en DHA aan te bevelen. Extra inname van lijnzaadolie als bron van ALA lijkt niet zinvol.
Monika K Duda, Karen M O'shea, Anselm Tintinu, Wenhong Xu, Ramzi J Khairallah, Brian R Barrows, David J Chess, Agnes M Azimzadeh, William S Harris, Victor G Sharov, Hani N Sabbah, and William C Stanley. Fish Oil, But Not Flaxseed Oil, Decreases Inflammation and Prevents Pressure Overload-Induced Cardiac Dysfunction. Cardiovasc Res, November 17, 2008

Nieuw mechanisme ontdekt voor de beschermende werking van visolie tegen boezemfibrilleren
Hoewel recent is aangetoond dat EPA en DHA uit visolie boezemfibrilleren kunnen tegengaan kon het onderliggende werkingsmechanisme tot nu toe niet worden verklaard. In deze studie is daarom gekeken naar de effecten van EPA en DHA op de kalium- en natriumstromen in spiercellen van de boezem van het hart.
Hierbij bleek dat EPA en DHA op een dosisafhankelijke wijze de stromingen van natrium en kalium over de celmembraan verminderen, wat op zijn minst gedeeltelijk de positieve effecten van omega-3 vetzuren bij deze veel voorkomende vorm van hartritmestoornissen kan verklaren.
Gui-Rong Li, Hai-Ying Sun, Xiao-Hua Zhang, Lik-Cheung Cheng, Shui-Wah Chiu, Hung-Fat Tse, and Chu-Pak Lau. Omega-3 polyunsaturated fatty acids inhibit transient outward and ultra-rapid delayed rectifier K+ currents and Na+ current in human atrial myocytes. Cardiovasc Res. published 24 November 2008, 10.1093/cvr/cvn322

Visolie verlaagt hartslag en zuurstofverbruik bij inspanning
Uit eerdere studies is bekend geworden dat omega-3 vetzuren uit het dieet het zuurstofverbruik in de hartspier bij proefdieren verminderen. In deze studie is bij proefpersonen onderzocht of deze effecten ook bij mensen optraden. 16 getrainde wielrenners gebruikten dagelijks 8 gram visolie of een placebo (olijfolie) gedurende 8 weken.
Na deze periode bleek dat zowel de hartslag als het zuurstofverbruik bij inspanning lager waren bij de personen die visolie hadden gebruikt. Visolie had geen effect op het uithoudingsvermogen. Deze resultaten tonen aan dat de vetzuren uit visolie de zurstofbehoefte van het lichaam bij inspanning kunnen verlagen zonder een negatief effect op de prestatie.
Gregory E Peoples, Peter L McLennan, Peter R C Howe, and Herbert Groeller. Fish Oil Reduces Heart Rate and Oxygen Consumption During Exercise. J Cardiovasc Pharmacol, November 19, 2008

Nieuw onderzoek toont effecten van B-vitaminen op vroeg stadium van het ontstaan van slagadervernauwing aan
Hoewel reeds lang bekend is dat een verhoogd homocysteïnegehalte in het bloed bijdraagt aan een hogere kans op het ontstaan van hart- en vaatziekten. Onderzoeken naar de effectiviteit van suppletie met B-vitaminen laat echter beperkte of geen positieve effecten zien.
In deze studie werd echter een effect gevonden op de verdikking van de intima en media, een vroeg proces in het ontstaan van adervernauwing. In dit onderzoek gebruikten 506 proefpersonen van 40 tot 89 jaar zonder diabetes of atherosclerose gedurende ruim 3 jaar dagelijks 50 mg. vitamine B6, 400 microgram vitamine B12 en 5 mg. foliumzuur of een placebo.
Bij personen met een homocysteïnegehalte van 9.1 mmol per liter bleek de dikte van de intima en media van de halsslagader duidelijk minder toe te nemen dan in de placebogroep. B-vitaminen hadden geen effect op verkalkingen in bloedvaten, een verschijnsel dat later in het ontstaan van atherosclerose optreedt. Mogelijk speelt het homocysteïnegehalte alleen in de vroege fasen van het ontstaan van atherosclerose een rol, wat een verklaring kan vormen voor de negatieve resultaten van eerdere onderzoeken.
Howard N. Hodis, Wendy J. Mack, Laurie Dustin, Peter R. Mahrer, Stanley P. Azen, Robert Detrano, Jacob Selhub, Petar Alaupovic, Chao-ran Liu, Ci-hua Liu, Juliana Hwang, Alison G. Wilcox, Robert H. Selzer for the BVAIT Research Group. High-Dose B Vitamin Supplementation and Progression of Subclinical Atherosclerosis. A Randomized Controlled Trial. Stroke. published 31 December 2008, 10.1161/STROKEAHA.108.526798

Nieuwe studie bevestigt effectiviteit van vitamine C in het voorkomen van posttraumatische dystrofie (Sudeckse dystrofie)
In eerder onderzoek bleek toediening van extra vitamine C aan mensen met een gebroken pols de kans op het optreden van posttraumatische dystrofie aanzienlijk te verminderen.
In deze studie is gekeken naar de effecten van gebruik van vitamine C na electieve operaties aan de voet of enkel. Over een periode van 2 jaar werden bij 177 personen in totaal 185 ingrepen gedaan zonder verdere interventie.
215 personen (in totaal 235 ingrepen) kregen na de operatie gedurende 45 dagen een gram vitamine C per dag. In de groep die geen vitamine C kreeg trad na 9,6% van de ingrepen dystrofie op: in de groep die vitamine C had gebruikt in 1,7% van de gevallen. Op basis van deze resultaten bevelen de auteurs het preventief gebruik van vitamine C na een operatie aan voet of enkel aan om de kans op het optreden van deze invaliderende vorm van dystrofie te verminderen.
Sylvain GADEYNE, Jean-Luc BESSE, Sophie GALAND-DESME, Jean-Luc LERAT, and Bernard MOYEN. PREVENTIVE EFFECT OF VITAMIN C ON TYPE I COMPLEX REGIONAL PAIN SYNDROME DURING FOOT AND ANKLE SURGERY. J Bone Joint Surg Br Proceedings. 2008; 90-B(SUPP_II): p. 246

Hoge dosering vitamine D veilig en effectief bij ouderen
De wetenschappelijke belangstelling voor vitamine D is enorm. Hogere inname adviezen zijn, of worden, op dit moment vastgesteld. Internationaal wordt een inname van 50 µg (2000 IU) vitamine D-3 per dag als veilig gezien. In deze studie kregen 45 ouderen in een verpleeghuis gedurende een jaar dagelijks 5000 IU (125 µg) vitamine D3 in een speciaal gebakken broodje, waarin tevens 320 mg calcium was verwerkt. Deze groep ouderen krijgt weinig tot geen blootstelling aan direct zonlicht, wat een tekort aan vitamine D zeer waarschijnlijk maakt. Eerder onderzoek heeft aangetoond dat een serumspiegel van >75 nmol/liter bij ouderen de kans op een botbreuk verlaagt.
Aan het begin van de studie was de gemiddelde serumspiegel van vitamine D (als 25-OH-vitamine D) gemiddeld 28.5 ± 10.8 nmol/liter. Na 12 maanden was dit gestegen tot 125.6 ± 38.8 nmol/liter. 92% van de proefpersonen had een serumspiegel van meer dan 74 nmol/liter. De spiegel van het bijschildklierhormoon daalde. Er werd geen stijging van de calciumspiegel in het bloed gevonden en er traden geen gevallen van een te hoge calciumspiegel (hypercalciaemie) op. De uitscheiding van calcium met de urine steeg. Na 12 maanden bleek de botdichtheid in de lumbale wervelkolom en de heup significant toegenomen te zijn.
In deze groep van personen die blootstelling aan direct zonlicht helaas ontberen is toediening van een hogere dosis vitamine D dan gebruikelijk daarmee niet alleen veilig, maar ook effectief in het verbeteren van de botdichtheid. Deze hoge doseringen zijn noodzakelijk om in deze populatie de gewenste serumspiegel van vitamine D te bereiken.
Veronica Mocanu, Paul A Stitt, Anca Roxana Costan, Otilia Voroniuc, Eusebie Zbranca, Veronica Luca and Reinhold Vieth. Long-term effects of giving nursing home residents bread fortified with 125 µg (5000 IU) vitamin D3 per daily serving. Am J Clin Nutr (February 25, 2009)

Optimale bloedspiegel van vitamine D: hogere concentraties nodig voor een optimaal effect
Nieuwe inzichten over het belang van vitamine D voor de gezondheid hebben in de afgelopen jaren geleid tot een stroom van publicaties over deze stof. In onderzoeken wordt meestal gekeken naar de hoeveelheid 25-OH-vitamine D in het plasma. De actieve vorm van vitamine D, 1,25-dihydroxy-vitamine D, wordt door vele weefsels uit 25-OH-vitamine D gevormd.
In deze studie is gekeken naar de relatie tussen de hoeveelheid 25-OH-vitamine D en het actieve 1,25-dihydroxy-vitamine D in het plasma bij 315 gezonde postmenopausale vrouwen. Hierbij bleek dat bij proefpersonen met een 25-OH-vitamine D spiegel van minder dan 25 nmol/L (aangeduid als een mild tekort) duidelijk minder van het actieve 1,25-dihydroxy-vitamine D in het bloed hadden dan vrouwen met een concentratie 25-OH-vitamine D > 80 nmol/L.
Dit duidt er op dat voor een optimale vorming van actief 1,25-dihydroxy-vitamine D een hogere bloedspiegel van 25-OH-vitamine D noodzakelijker is dan tot nu toe gedacht, en dat een ondergrens van 80 nmol/L aangehouden kan worden.
Referenties: Lars Rejnmark, Peter Vestergaard, Lene Heickendorff, and Leif Mosekilde. Plasma 1,25(OH)2D levels decrease in postmenopausal women with hypovitaminosis D. Eur. J. Endocrinol., Apr 2008; 158: 571 – 576


